Dit boek is bedoeld als een eerste kennismaking met het Oude Testament. Het eerste hoofdstuk geeft een schets van de wereld waarin het volk Israël heeft geleefd. Het land lag ingeklemd tussen de grootmachten in het stroomgebied van de Eufraat en de Tigris in het noorden en de Nijl in het zuiden: de 'vruchtbare halve maan'. In het westen werd het begrensd door de Middellandse Zee en in het oosten door de Arabische woestijn. Het was op sommige plaatsen niet veel meer dan een smalle corridor maar juist daarom economisch, politiek en strategisch van vitaal belang. De handelskaravanen moesten hier altijd passeren. Het was 'de weg van de zee'. Verder krijgen we een indruk van de oude maatschappelijke structuren en de antieke religies in deze regio.
Het tweede hoofdstuk geeft een helder overzicht van de geschiedenis van Israël. Die geschiedenis is namelijk het historisch kader waarin de oudtestamentische geschriften zijn ontstaan en overgeleverd. Het derde hoofdstuk geeft in het kort de inhoud weer van de boeken van het Oude Testament: de wet (dat zijn de vijfhoeken van Mozes), de profeten (waartoe ook de 'vroegere profeten' behoren: Jozua, Richteren 1 en 2 Samuël en 1 en 2 Koningen) en de geschriften (o.a. de Psalmen, Job, Spreuken, de vijf rollen: Ruth, Hooglied, Prediker, Klaagliederen en Esther, en het boek Daniël).
Hoofdstuk vier bespreekt de verschillende benaderingswijzen van het Oude Testament in de oudtestamentische wetenschap: de literaire kritiek, de vormkritiek en de redactiekritiek. De literaire kritiek doet onderzoek naar de bronnen waar de bijbeltekst op teruggaat. De vormkritiek probeert uit het genre waarin een bijbeltekst is overgeleverd vast te stellen wat haar oorspronkelijke plaats en functie in de toenmalige samenleving was. De redactiekritiek gaat na welke motieven een rol hebben gespeeld bij de compositie van de afzonderlijke geschriften en de vorming van de wet, de profeten en de geschriften tot één geheel. Deze benaderingswijzen vullen elkaar aan. Het gaat daarbij steeds om het opsporen van wat feitelijk in het verleden is geschreven, gezegd en eventueel gebeurd. Maar de laatste decennia komt steeds meer een nieuwe benaderingswijze in zwang. Relevant is dan niet de geschiedenis achter de tekst maar de geschiedenis die een tekst oproept. In ons land is de Amsterdamse school daarvan een voorbeeld.
In het vijfde hoofdstuk wordt ingegaan op de joodse en christelijke interpretaties van het Oude Testament. Daarin staat centraal de vraag oflezus al dan niet de Messias is van Wie het Oude Testament getuigt. En dan in de betekenis van waarachtig God en waarachtig mens.
Het laatste hoofdstuk gaat over het Oude Testament als het boek van God. Er is één God en God is één. God is God-in-relatie: Hij heeft de mens geschapen, Hij sluit met mensen een verbond. De tegenwoordigheid van de heilige God te midden van zondige mensen is niet mogelijk zonder verzoening. In de geschiedenis van Israël werkt het oordeel van God over de zonde door, maar is Hij ook de God Die redt uit nood. Het volk van God wacht een grootse toekomst. Tegenover de vergoddelijking van het leven in het antieke en moderne heidendom ziet het Oude Testament de wereld als geschapen werkelijkheid, een 'onttoverde' wereld.
Dit werk leent zich goed voor een eerste oriëntatie op het Oude Testament. De schrijver geeft alleen de hoofdpunten aan. In de beperking toont zich de meester
Uitg. Boekencentrum,208 pag. pb, laatste mooie exemplaar, wel naam voorin. Zeldzaam! Elders vanaf 25 euro
© 2025 www.refoboek.com - Powered by Shoppagina.nl